|
Alles over opties
Voor veel beleggers zijn opties interessant omdat de ontwikkelingen sneller gaan dan met aandelen. Dat betekent sneller winst, maar ook sneller verlies. Dat betekent niet per definitie dat opties riskante instrumenten zijn. Ze kunnen ook juist worden ingezet om het risico van een aandelenportefeuille te beperken. Hieronder vindt u uitleg over diverse soorten opties, en de mogelijkheden en combinaties die u ter beschikking heeft.
Opties bestaan al heel lang. Aristoteles beschreef reeds in zijn
boek 'Politica' de optietransactie van Thales van Milete. Deze wijsgeer
leidde aan de stand van de sterren af, dat de olijfoogst zeer groot
zou worden. Hij kocht daarom opties op alle olijfpersen in Milete
en Chios. Toen hij inderdaad gelijk had, heeft hij de opties met grote
winst weer verkocht. In de Gouden Eeuw werden opties op scheepsladingen
van de V.O.C. verhandeld.
Opties worden niet op de Effectenbeurs verhandeld, maar op de Optiebeurs.
Niet dat daar veel verschil in te merken is; sinds ook de optiehandel
niet langen op de beursvloer plaatsvindt, is ook die markt volledig
elektronisch. De Amsterdamse Optiebeurs werd in april 1978 opgericht
en was de eerste optiebeurs in Europa.
Wat zijn opties?
Opties zijn rechten om iets te kopen of te verkopen. Het is
dus niet iets tastbaars als aandelen of obligaties. Er zijn opties
mogelijk op aandelen, aandelenindices en
de dollar. Het recht waarop men de optie kan uitoefenen heet onderliggende
waarde. De prijs die men voor deze rechten moet betalen heet optiepremie,
oftewel de koers van de optie.
Bij aankoop van opties kunt u voor een beperkt bedrag grote koerswinsten
verdienen, die anders een veel grotere investering hadden vereist.
Terwijl u aan de andere kant maximaal dit beperkte geïnvesteerde
bedrag kunt verliezen. Dus de verliezen zijn beperkt, maar de winstkansen
zijn juist onbeperkt.
Naast het kopen van opties, is het ook mogelijk opties te verkopen.
In dat geval heeft u geen rechten, maar gaat u een verplichting aan.
U geeft tenslotte iemand anders het recht om van u iets te kopen of
iets aan u te verkopen. Als dat recht wordt uitgeoefend bent u verplicht
te leveren of af te nemen. Dit heet het schrijven van opties. In plaats
van voor een optie te betalen, ontvangt u in dit geval de optiepremie.
De grootte van de optie staat van tevoren vast:
- Aandelen: 100 aandelen
- Indices: 100 maal de waarde van de index
- Dollars: 10.000 dollar
Verder staat ook nog van tevoren de koers van de onderliggende waarde
vast. Bijvoorbeeld een Heineken call 25, betekent dat u 100 aandelen
Heineken voor 25 euro per stuk mag kopen.
Opties op indices zijn niet leverbaar, dat wil zeggen dat er niet
geëist kan worden dat er - bijvoorbeeld - 100 AEX-indexen geleverd
worden. Bij aandelen en obligaties kan dit wel. Een call-optiebezitter
kan dan eisen dat 100 aandelen geleverd worden tegen de afgesproken
prijs. Bij indexopties wordt afgerekend wat de optie waard is. Dat
heet cash settlement.
Looptijd
Opties hebben een van tevoren vastgestelde afloopdatum. Bij iedere
optie wordt de maand vermeld waarin hij afloopt. Opties lopen af op
de derde vrijdag van de maand. De derde vrijdag van de maand is ooit
gekozen omdat op deze dag de minste feestdagen voorkomen. Dus een
decemberoptie loopt af op de derde vrijdag van december. Deze datum
wordt in optietermen ook wel de expiratiedatum genoemd. Na deze datum
kunt u uw rechten niet meer uitoefenen en zijn de opties waardeloos.
Tijdens de looptijd kan men zelf bepalen of men van de opties gebruik
wil maken, of dat men wacht tot het einde van de looptijd. Men is
dus niet verplicht om tot het einde van de looptijd te wachten. Meestal
is het qua kosten voordeliger om de opties te verkopen dan om ze uit
te oefenen.
Als u opties via uw bank of commissionair wilt kopen, moet u eerst
een optiecontract ondertekenen. Hierin staat dat u zich bewust bent
van de risico's die u loopt met optietransacties.
Soorten opties
Er zijn twee soorten opties:
- Call optie: het recht om aandelen tegen een bepaalde koers te kopen
- Put optie: het recht om aandelen tegen een bepaalde koers te verkopen
De koersbewegingen in de voorbeelden die u hierna treft zijn trouwens
overdreven. In de praktijk komen dit soort bewegingen op korte termijn
meestal niet voor. Ze zijn gebruikt om duidelijk de werking van opties
aan te geven. Daarnaast is ervoor gekozen om aandelen als onderliggende
waarden te gebruiken; dit hadden ook indices kunnen
zijn.
Call opties
Een call optie wordt gekocht als er een koersstijging wordt verwacht. Hoe dat werkt kunt
u zien in het volgende voorbeeld.
U heeft gehoord dat de productiemaatschappij NOP een grote opdracht
heeft gekregen voor een nieuwe serie. U verwacht dat de koers van
NOP op korte termijn naar 60 zal stijgen. De koers is op dit moment
51.
- U koopt de call NOP 50
- De koers NOP is 51 euro
- De optiepremie is 3 euro
De optie kost in totaal 300 euro (optiepremie * 100 aandelen). 100
Aandelen kosten 5.100 euro (51 * 100 aandelen).
Stel dat de koers van NOP stijgt naar 60. De waarde van de aandelen
zou dan 6.000 euro zijn. Als u aandelen in bezit had, was de winst
dus 900. De bezitter van de call-optie mag deze aandelen kopen voor
50 euro per stuk. De optie is dus 1.000 waard (60 min 50 * 100 aandelen)
en de winst is 700 euro (1.000 min 300 aankoop). De totale winst is
dus minder, maar het geïnvesteerde bedrag is ook aanzienlijk
lager.
Stel nu dat de koers van NOP naar 40 daalt. De waarde van een pakket
met 100 aandelen is dan nog maar 4.000 euro waard, dus u lijdt een
verlies van 1.100. Met een optie mag u deze aandelen kopen voor 50
euro. Dat doet niemand bij zijn volle verstand, deze optie is dus
niets meer waard. Het verlies is 300 euro, namelijk de kosten van
de optie.
De aandelenbezitter heeft nog wel de tijd om te wachten op een koersstijging.
De optiebezitter niet meer, want de optie is verlopen.
Call NOP 50 - resultaat |
Koers |
Aandelen |
Optie |
40 |
-1100 |
-300 |
50 |
-100 |
-300 |
60 |
+900 |
+700 |
Put opties
Er zijn twee redenen om een put optie te kopen:
- Profiteren van een verwachte koersdaling
- Het aandelenbezit beschermen tegen koersdaling: de belegger wil zijn aandelen niet verkopen om een eventuele stijging niet te missen, dus
koopt een put optie als verzekering.
Voorbeeld
Uw buurman zit in de reclamebranche en heeft gehoord dat een grote
zeepmiddelenfabrikant stopt met de reclames in de soap 'Goede zeep,
slechte zeep'. De productiemaatschappij NOP zal daardoor met de serie
moeten stoppen. U bent bang dat de koers van het aandeel NOP zal gaan
dalen. Dat is niet leuk, want u heeft 100 aandelen NOP. Toch wilt
u ze nog niet verkopen. U koopt daarom een put-optie om de waarde
van uw aandelenbezit te beschermen:
- U koopt een put NOP 50
- De koers van het aandeel NOP is 51 euro
- De optiepremie is 2 euro
De optie kost in totaal 200 (optiepremie * 100 aandelen).
Stel, de koers
van NOP daalt naar 30. Met deze optie mag u uw aandelen voor 50 euro
verkopen. Het verlies is dan maar 300 euro. Verkoop van de aandelen
tegen 50 euro levert 1 euro per aandeel, oftewel 100 euro verlies
op, en u was al 200 euro kwijt aan de optie. Dat is heel wat beter
dan de 2.000 euro (100 maal het koersverschil van 20) verlies dat
u op uw aandelen had geleden.
Stel nu een andere situatie. U heeft geen aandelen in uw bezit,
maar wel bovenstaande optie, en de koers van NOP daalt naar 40 euro.
U mag dan 100 aandelen voor 50 euro verkopen. Die koopt u op de beurs
voor 10 euro goedkoper in, dus de waarde van de optie is 10 maal 100,
oftewel 1.000 euro. De winst is dan 800 euro. (Want de optie kostte
200, weet u nog?)
Wat gebeurt er als de koers van NOP naar 60 euro stijgt? De put-optie
is dan niets meer waard en uw verlies is dus 200. Als koersen stijgen,
verliest u dus - simpel gesteld - geld met put-opties.
Put NOP 50 - resultaat |
Koers |
Aandelen |
Aandeel + optie |
Optie |
30 |
-2100 |
-300 |
+1800 |
40 |
-1100 |
-300 |
+800 |
50 |
-100 |
-300 |
-200 |
60 |
+900 |
+700 |
-200 |
Schrijven van call opties
Met het schrijven van een call optie verkoopt u een kooprecht. Met
andere woorden, u gaat de verplichting aan om aandelen te verkopen
tegen een van te voren vastgestelde prijs. Een belegger schrijft een
call optie als hij niet veel koersstijging meer verwacht.
Voorbeeld 1
De koers van NOP is op basis van overnamegeruchten recentelijk fors gestegen. U denkt
dat er niet veel koersstijging meer in het vat zit. Eerder een daling. U schrijft een call optie.
- U schrijft de call NOP 50
- De koers van NOP is 51
- De optiepremie is 3
Voor deze optie ontvangt u in totaal 300 euro (100 maal de premie).
Hiervoor bent u verplicht om honderd stukken te verkopen tegen 50
euro, wat de koers ook doet. Als de koers boven de 50 komt, zullen
de aandelen op zeker moment worden opgevraagd. Als de koers onder
de 50 blijft, gebeurt dat niet.
Stel de koers van NOP stijgt naar 60. Als u de optie geschreven
hebt, moet u de 100 aandelen leveren en u ontvangt er maar 50 voor
(dus in totaal 1.000 euro minder). Als u deze aandelen niet hebt,
dan koopt de bank ze voor u en wordt het aankoopbedrag van uw rekening
gehaald. U maakt dan een verlies van 700 euro (1.000 min 300 ontvangen
premie).
Stel, de koers van NOP daalt naar 40. De schrijver van deze optie
is verplicht de aandelen te verkopen voor, maar voor Noppen van 50
euro zal niemand interesse hebben. Deze optie is dus niets meer waard.
De ontvangen premie is winst (300 euro). Bedenk echter wel dat de
aandelen 10 per stuk in waarde zijn gedaald (verlies: 1.000 euro).
Zoals u ziet is bij het schrijven van een optie de winstpotentie
beperkt tot de ontvangen premie, terwijl de verlieskansen onbeperkt
zijn. Het schrijven van call-opties wordt daarom vaak in combinatie
met het bezit van de aandelen gedaan.
Voorbeeld 2
U heeft 100 aandelen NOP. U denkt dat NOP niet veel meer verder zal stijgen. In
plaats van de aandelen te verkopen, kunt u call opties schrijven.
Dit heet gedekt schrijven. U ontvangt de optiepremie, maar
als de koers verder stijgt heeft u er niets meer aan. U moet uw aandelen
dan namelijk verkopen voor 50 euro, terwijl ze op de beurs bijvoorbeeld
60 euro noteren.
In het geval de koers daalt naar 40, zijn uw aandelen 10 euro minder
waard geworden. De optieschrijver heeft dan in elk geval nog de optiepremie
ontvangen. Call-opties kunnen gedekt geschreven worden als u de aandelen
bezit òf een call met een lagere uitoefenprijs. Put opties
kunnen alleen gedekt worden geschreven als u al een put-optie bezit
met een hogere uitoefenprijs.
Geschreven call NOP 50 - resultaat |
Koers |
Aandelen |
Aandeel + optie |
Optie |
40 |
-1100 |
-800 |
+300 |
50 |
-100 |
+200 |
+300 |
60 |
+900 |
+200 |
-700 |
Schrijven van put opties
Voorbeeld
U ziet tv-productie als een groeisector. U wilt 100 aandelen NOP kopen
voor de lange termijn. Via het schrijven van een putoptie probeert
u ze iets goedkoper te kopen.
- U koopt de put NOP 50
- De koers van NOP is 51 euro
- De optiepremie is 2 euro
Het schrijven van deze optie levert in totaal 200 (optiepremie * 100
aandelen) euro op.
Als u de aandelen zou kopen kost u dit 5.100 euro. Als u de put optie schrijft, ontvangt
u in eerste instantie 200 euro. Als de koers dan onder de 50 komt,
moet u de aandelen voor 50 euro kopen. Dit kost u 5.000 euro. In totaal
scheelt u dit 300 euro (5.100 min 5.000 plus 200). Echter, als de
koers stijgt, heeft u slechts 200 euro winst, terwijl de koerswinst
op aandelen veel groter had kunnen zijn.
Stel de koers van NOP daalt naar 30 euro. U bent de verplichting
aangegaan om de aandelen te kopen voor 50 euro. Als ze op de beurs
nog maar 30 opbrengen, noteert u een verlies van maar liefst 1.800
euro (het koersverschil van 20 euro maal honderd aandelen min de ontvangen
premie).
Als de koers boven de 50 blijft, loopt de optie waardeloos af. De
winst is dan 200 euro. Op dit moment kunt u opnieuw een put schrijven
en weer de optiepremie ontvangen.
Geschreven put NOP 50 - resultaat |
Koers |
Aandelen |
Optie |
40 |
-1100 |
-900 |
50 |
-100 |
+200 |
60 |
+900 |
+200 |
Bedenk wel dat op het moment van schrijven deze transactie erg aantrekkelijk
kan lijken. Mocht er een sterke koersdaling optreden, dan zijn de
schrijvers heel wat minder blij.
|