Optiewoordenboek
A -B -C -D -E -F -G -H -I -J -K -L -M -N-O -P -Q -R -S -T -U -V -W -X -Y -Z
Bekijk ook:
A
Aandelensplitsing
Oude aandelen worden in een vaste verhouding vervangen door een aantal
nieuwe. Na een aandelensplitsing ligt de prijs van de nieuwe aandelen
altijd lager dan de vroegere prijs. Lagere prijzen komen de verhandelbaarheid
ten goede. Bij een aandelensplitsing wordt de uitoefenprijs van opties
aan de nieuwe nominale waarde van het aandeel aangepast.
At-the-money
Afgekort: ATM. Als de koers van de onderliggende waarde gelijk is aan
de uitoefenprijs is een optie at-the-money.
Amerikaans type
Opties van het Amerikaans type kunnen op elk moment worden uitgeoefend,
vanaf hun uitgifte tot hun vervaldag.
Terug naar boven
B
Bear-markt
Een markt waarin de koersen dalen en verwacht wordt dat deze verder dalen.
Adjectief: bearish.
Biedprijs
De prijs die op een bepaald moment wordt geboden (en waartegen u kunt
verkopen).
Black & Scholes
Wiskundig model ontwikkeld door Fischer Black en Myron Scholes om de waarde
van opties te berekenen.
Break-even
De koers die de onderliggende waarde moet bereiken, opdat de bezitter
geen verlies lijdt als hij een optie uitoefent. Synoniem: premium.
Bull-markt
Markt waarin de koersen stijgen en verwacht wordt dat deze verder stijgen.
Adjectief: bullish.
Terug naar boven
C
Cash settlement/Contante verrekening
Van cash settlement of contante verrekening is sprake, wanneer bij uitoefening
van een optie de winst (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers
van de onderliggende waarde) rechtstreeks wordt uitgekeerd, zonder dat
de onderliggende waarde daadwerkelijk wordt gekocht.
Courtage
De commissie die een tussenpersoon krijgt in ruil voor het uitvoeren van
een order.
Terug naar boven
D
Delta
De "delta"-coëfficiënt geeft aan met hoeveel euro
de koers van en optie verandert als de koers van de onderliggende waarde
met één euro verandert. Een optie heeft een hogere delta
naarmate hij verder in-the-money is.
Derivaten
Beurswaarden die zijn afgeleid van financiële waarden uit de contante
markt. Opties en warrants zijn derivaten van aandelen, indexen etcetera.
Disconto
Het rentetarief dat door een centrale bank wordt aangerekend voor leningen
aan commerciële banken en dus de "moeder van alle rentetarieven".
Dividend
Winstuitkering waarop bezitters van aandelen recht hebben. Na uitkering
van het dividend valt de koers van het aandeel meestal wat terug, met
een neerwaartse knik in het koersverloop van de overeenkomstige optie.
Terug naar boven
E
Elasticiteit
Beschrijft de gevoeligheid van opties, in percentages, voor een schommeling
van de onderliggende waarde met 1%. Zie ook: Gearing.
Europees type
Opties van het Europese type/stijl kunnen pas op de vervaldag worden uitgeoefend.
Zie ook: Amerikaans type.
F
Geen begrippen
Terug naar boven
G
Gamma
Geeft aan in welke mate de delta van een optie verandert ten gevolge van
de koersverandering van de onderliggende waarde.
Gearing zie: Elasticiteit.
Terug naar boven
H
Hedge-ratio
Komt overeen met de delta, maar dan uitgedrukt als een verhoudingsgetal
tussen 0 en 1.
Hedging
Risicobeperking. Strategie waarbij een investeerder zijn risico op de
onderliggende waarde tegelijk beperkt door een defensieve of tegengestelde
positie in te nemen via afgeleide beursproducten (bijvoorbeeld: aandelen
afdekken met put-opties).
Hefboomeffect
De koers van een optie beweegt mee met de koers van de onderliggende waarde.
Verhoudingsgewijs beweegt een optie echter veel sterker dan de onderliggende
waarde. Dit is het hefboomeffect. In het Engels: leverage.
Historische volatiliteit
De relatieve spreiding van koersen van de onderliggende waarde rond hun
gemiddelde tijdens een bepaalde periode. Zie ook: Volatiliteit en Impliciete
volatiliteit.
Terug naar boven
I
Impliciete volatiliteit
Maat voor verwachte beweeglijkheid van de onderliggende waarde gedurende
de resttijd van een optie. De impliciete volatiliteit wordt met behulp
van een waarderingsmodel berekend op basis van de optiekoers. Zie ook
Volatiliteit en Historische volatiliteit.
In-the-money
Afgekort: ITM. Als de uitoefenprijs van een call lager is dan de koers
van de onderliggende waarde, dan is de optie in-the-money. Voor een put
geldt het omgekeerde. Hoe meer ITM, hoe sterker de optie op koersveranderingen
van de onderliggende waarde reageert. Overtreffende trap: deep-in-the-money.
Intrinsieke waarde
Vertegenwoordigt de brutowinst die een onmiddellijke uitoefening van een
optie oplevert. Anders gezegd: het positieve verschil tussen de beurskoers
en de uitoefenprijs.
Terug naar boven
J
Geen begrippen
Terug naar boven
K
Geen begrippen
Terug naar boven
L
Laatprijs
Prijs waartegen een tegenpartij een optie wil "laten", ofwel
verkopen.
Leverage zie: Hefboomeffect.
Limietorder
Order met prijslimiet. De belegger wil minimaal de limietprijs ontvangen
(bij een verkooporder) of maximaal de limietprijs betalen (bij een kooporder).
Liquiditeit
De markt is liquide als er voldoende kopers en verkopers zijn om een redelijk
handelvolume te waarborgen. Dit is nodig om tot een correcte marktprijs
te komen. De grootte van de omgezette volumes geeft een goed idee van
de liquiditeit.
Terug naar boven
M
Marketmaker
Professionele tussenpersoon die via het continu noteren van bied- en laatprijzen
voor een bepaalde beurswaarde een markt "maakt".
Terug naar boven
N
Geen begrippen
Terug naar boven
O
Onderliggende waarde
De waarde waarop de optie betrekking heeft. Dit zijn ondermeer aandelen,
indices etcetera. In principe kan alles wat op de beurs verhandeld wordt
als onderliggende waarde fungeren.
Out-of-the-money
Afgekort: OTM. Wordt gezegd van een call waarvan de uitoefenprijs hoger
is dan de koers van de onderliggende waarde. Voor een put geldt het omgekeerde.
Overtreffende trap: far-out-of-the-money.
Terug naar boven
P
Premium zie: Break-even
Premium call
Geeft aan met hoeveel procent de onderliggende waarde moet stijgen, voordat
het break-even punt wordt bereikt.
Premie
De koers van een optie.
Terug naar boven
Q
Geen begrippen
Terug naar boven
R
Resttijd
Element van de tijdswaarde. Het aantal dagen dat overblijft tot de vervaldag.
Hoe verder de vervaldag verwijderd is, des te groter de kans dat de optie
deze vervaldag met winst bereikt en des te hoger de tijdswaarde. Naarmate
de tijd verstrijkt, daalt de tijdswaarde. De snelheid van deze daling
stijgt exponentieel naarmate de vervaldag nadert.
Rho
Maat voor de rentegevoeligheid van de optieprijs.
Terug naar boven
S
Strike zieL Uitoefenprijs
Terug naar boven
T
Theta
Geeft aan hoeveel een optie per dag aan tijdswaarde verliest. De theta
neemt exponentieel toe, naarmate de vervaldag dichterbij komt.
Tijdswaarde
Weerspiegelt de toekomstverwachtingen in de optieprijs. Komt overeen met
het verschil tussen de marktprijs en de intrinsieke waarde. De tijdswaarde
hangt onder meer af van de volatiliteit van de onderliggende waarde en
van de resttijd van de optie. Synoniem: verwachtingswaarde.
Terug naar boven
U
Uitoefenen
Gebruik maken van het recht dat een optie geeft.
Voor een call is dat de aankoop van de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs,
voor een put is dat de verkoop van de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs.
Uitoefenprijs
De vastgestelde prijs waartegen de onderliggende waarde mag worden ge-
of verkocht volgens het optiecontract. Synoniem: Strike.
Terug naar boven
V
Vega
De gevoeligheid van de optieprijs voor veranderingen in de volatiliteit
van de onderliggende waarde.
Vervaldag
De datum waarop het door de optie toegekende recht vervalt.
Volatiliteit
Maatstaf voor de beweeglijkheid van de koers van de onderliggende waarde.
Element van de tijdswaarde, wordt uitgedrukt in percentages. Hoe hoger
de volatiliteit van een onderliggende waarde, des te groter de kans dat
winst gemaakt wordt met de optie en hoe hoger de tijdswaarde. Er bestaat
onderscheid tussen historische (op basis van het verleden) en impliciete
(afgaande op de toekomstverwachtingen) volatiliteit.
Terug naar boven
W
Geen begrippen
Terug naar boven
X
Geen begrippen
Terug naar boven
Y
Geen begrippen
Terug naar boven
Z
Geen begrippen
Terug naar boven
|